Home atelier mannenkunst mannenwerk projecten links contact       coming soon Contact Us

Biografie

Achtergrondverhaal

Actuele verhalen

Pers

Archief

 

 

 

 

     Johan van Breukelen (1952) is a visual artist who, since 1989 has specialized in the male nude. In the first years it was mainly photo-artwork using a combination of photography and chalk.Since 1995 it is solely pure photography, without the use of photoshop or digital image editing! (Body)paintingtechniques are added during the photoshoots.Characteristic in his work is often the multiple image and the distortion of the model. Because of this, mirrors are an essential component of the photograph. In his photographs he tries to capture some of the mystery, strength and vulnerability of male energy In zijn werkpraktijk richt hij zich op beeldende kunst en op bewustzijnswerk met groepen en individuen. Zijn creativiteit uit zich in schilderwerk, fotografie en teksten. Met zijn fotowerk van mannelijk naakt heeft hij in bepaalde kringen in de afgelopen twintig jaar internationale bekendheid opgebouwd. In het groepswerk vind hij een onuitputtelijke bron voor inspiratie voor zijn creativiteit en voor de kunst van het leven! Het Atelier staat voor al mijn creatieve werk. Ik heb tussen 1979 en 1989 voornamelijk gewerkt als theater vormgever (ontwerp en uitvoering decors) en als belichter.Sinds 1990 werk ik als beeldend kunstenaar en heb ik me vooral gericht op mijn fotowerk.Daarnaast schilder, schrijf teksten en maak ik af en toe eenvoudige websites. Stichting Mannenwerk organiseert workshops en supportgroepen rondom bewustzijn en persoonlijke ontwikkeling. Johan is bij het mannenwerk inhoudelijk leider en verleend zijn medewerking aan het magazine. Hierin aandacht voor bemoediging, kracht, inspiratie en bezieling.  


 

 

 

 

 

CV

 

 

 

 

Achtergrondverhaal

 

(click here for the English version)

 

'Mijn kunstenaarschap is niet pas begonnen vanaf het moment dat ik mijn eigen werk ging publiceren, tentoonstellen en verkopen. Het was er al op vele momenten eerder in mijn leven. Ver voordat het er ‘officieel’ was. Wat mij betreft zit ‘kunstenaarschap’ voornamelijk in een manier van ‘anders’ kunnen kijken naar de dingen, en ze daardoor ‘anders’ en intenser te ervaren. En natuurlijk in wat je daar mee doet, hoe je iets van die intense ervaringen uitdrukt en vormgeeft. In een kort overzicht van mijn persoonlijke ontwikkeling wil ik een paar gegevens en momenten in mijn leven beschrijven die van invloed zijn geweest op de richting die ik gekozen heb.

Ik ben geboren in 1952 als jongste van een arbeidersgezin met acht kinderen. Een ‘nakomertje ‘ in een gezin waar alle patronen van hoe er met elkaar werd omgegaan al vast lagen. Het was een groot, heftig en chaotisch gezin in een veel te klein huis. Ik vond nauwelijks aansluiting bij het leven van mijn oudere broers en zussen. Een deel van mij hing de clown uit om aandacht te trekken. Een ander deel trok zich terug en creëerde een eigen fantasiewereld.

Als jongetje van vier zag ik vanuit mijn bedje de meest wonderlijke schaduwen en lichten over mijn slaapkamermuur voorbijtrekken. Een toverachtige wereld van licht en donker die me meevoerde, waarin ik allerlei avonturen beleefde, maar waarin ik me tegelijkertijd ook thuis en veilig voelde.  

Een buurmeisje was onderwijzeres. Zij tekende prachtige kabouters en prinsessen in de poëziealbums van mijn zussen. Ik kon maar niet begrijpen dat iemand die ik kende en die zo dichtbij ons woonde, dat zó mooi kon doen. Van haar kreeg ik op mijn vijfde verjaardag mijn eerste kleurdoos van ‘Caran D'ache.’ Ik tekende voornamelijk vormen en vlakjes die niet iets speciaals voorstelden en kleurde die in.

Begin jaren zestig kwam er een TV in huis. Er waren regelmatig Duitse shows te zien met humor, dans en zang. Ik was gefascineerd door het licht en de bewegingen van de camera’s. Ik was een jaar of negen en ik kon aan de schaduwen zien hoeveel lampen er op een artiest gericht stonden. De ‘Kessler Tweeling’ waren destijds populaire en verblindend mooie zangeressen, maar ik had voornamelijk oog voor hun zes schaduwen!

Toen ik twaalf was schreef ik op school een toneelstuk met mijzelf als ‘Zwarte Harry’ in de hoofdrol. Op het eigenhandig geschilderde affiche had ik mezelf als een gemaskerde schurk in een zwarte maillot en met een zwarte hoed afgebeeld. Vanwege ‘overweldigend succes’ mochten we het stuk in verschillende klassen spelen.

Als kind had ik vroeg begrepen dat ik ‘anders’ was.  Alle dingen die voor iedereen om me heen zo vanzelfsprekend leken waren dat niet voor mij. Ik wist zeker dat ik niet wilde trouwen, geen kinderen krijgen, niet in militaire dienst, niet twintig jaar werken bij dezelfde ‘baas’, zo wie zo niet bij een baas!  Ik had geen voorbeelden om me heen van hoe het anders kon. Op de lagere school wist ik al dat ik op jongens viel.  De enige homo in het dorp was de voorzitter van de Connie Francis Fanclub, over wie gezegd werd dat hij een ‘verwijfd type’ was. In het naburige dorp was ooit ook nog een homo geweest, maar die had zich, volgens een zus, om die reden opgehangen. Beiden nou niet bepaald een rolmodel voor mij.

Jongens uit mijn milieu gingen na de lagere school automatisch naar de lagere technische school om timmerman, automonteur, metaalbewerker of schilder te worden. Het woord ‘schilder’ klonk nog het minst hard. In mijn schilderstijd heb ik genoten van het mooi en heel maken van dingen, van de geuren en kleuren van de materialen, van het plezier om met mijn oude, gebonden, ovalen buskwast van varkenshaar de verf strak te laten lopen over de schuine kant in een raamsponning zonder dat de verf ging zakken. Waar ik minder van genoot was de mannenwereld waarbinnen het werk zich afspeelde, de dagelijkse gesprekken die niet veel verder gingen dan voetbal, auto’s, uitgaan, zuipen en lekkere wijven! Niet persé de onderwerpen waar mijn belangstelling toen naar uit ging.

Ondertussen was ik thuis op mijn kamertje altijd bezig van alles te maken: bouwsels van hout, glas en doeken. Overal lampen die ik vanuit mijn bed kon bedienen, schetsboeken vol getekende popsterren, behang naar eigen ontwerp, enzovoorts. Ook maakte in ik die tijd plakboeken die ik op een geheime plaats bewaarde, met foto’s en artikelen over ‘de vrije liefde’, hippies en vaag seksueel getinte onderwerpen die ik uit de Muziekexpres, de Panorama en andere tijdschriften knipte.

Ergens in een artikel las ik iets over een homosoos voor studentenjongeren op de zondagavond op de Keizersgracht in Amsterdam. Ik was zestien toen ik de stoute ‘punt’-schoenen aantrok en daarheen ging. Ik heb twee avonden buiten op de gracht van een afstand staan kijken voor ik naar binnen durfde. Het waren daar  ‘homo’s’ die ook nog eens ‘student’ waren, dus ver boven mijn stand. Pas bij de derde keer durfde ik naar binnen te gaan. Ik werd verwelkomd door Pater van Kilsdonk die me meteen op mijn gemak stelde en me de daarop volgende keren altijd even aansprak om te vragen hoe het met me ging.  Bij mijn derde bezoek werd ik gevraagd door een fotograaf om samen met een zwarte jongen (gekleed) te poseren in zijn studio in Amsterdam. Toen ik dit in mijn enthousiasme de volgende dag aan mijn schildercollega’s vertelde zeiden ze: ‘dat zullen dan wel homo’s wezen!’ Ik wist dat ik deze verschillende werelden nooit bij elkaar zou kunnen brengen, en dat ik daar uiteindelijk weg moest.

Ik heb een tijdje saai administratief werk gedaan op een kantoor en was voornamelijk blij dat mijn schildersoveral uitmocht. Tussen 1972 en 1976 had ik een geweldige tijd als leerling verpleger in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik voelde me thuis tussen de ‘patiënten’: iedereen was ‘anders’ en niemand was helemaal normaal.  We maakten goed gebruik van de vrijheid die we in die tijd hadden om leuke en bijzondere dingen te doen met de gehospitaliseerde patiënten. Ik herinner me een bejaarde man die al jaren lang alleen maar in een stoel voor zich uit had zitten staren. Ik heb een doos kleurpotloden voor hem gekocht en een tekenblok. Tot ieders verbazing heeft hij vervolgens twee jaar lang iedere dag huizen getekend. Op de dag dat hij stierf vonden we op zijn laatste blad een tekening van een bootje op het water.

In 1975 heb ik de man leren kennen met wie ik in 2005 ook getrouwd ben. We hebben drie kinderen waarvan we er twee samen met twee vrouwen hebben opgevoed. Van al mijn kunstwerken zijn mijn relatie en mijn vaderschap wel de meest belangrijke. Het vormgeven en steeds opnieuw creëren van beide is een altijd doorgaand proces.

Eind jaren zeventig ging ik letterlijk spelen met licht en donker en vormen bij verschillende jeugdtheatergroepen. We maakten producties die zowel in theaters als op scholen en buurthuizen werden gespeeld. Het was iedere keer een feest en een uitdaging om de meest onmogelijke en naargeestige locaties om te toveren in ‘een zwarte doos’.  Zodat het decor, de spelers en het verhaal uitgelicht konden worden en de magie van theater kon gaan werken. Kinderen waren vaak helemaal verrast over de wonderlijke werelden die binnen hun school gecreëerd werden.

Halverwege de tachtiger jaren nam ik ontslag bij het theatergezelschap waarbij ik vijf jaar lang de vaste vormgever was geweest. Ik had een geweldige baan en alle vrijheid, maar ook het idee dat er meer mogelijk was! En het verlangen groeide om iets te maken wat helemaal uit mijzelf kwam en niet alleen in opdracht van anderen. De leegte en de onzekerheid die ik had geschapen na het opgeven van mijn baan bleken een vruchtbare bodem te zijn voor het experimenteren met en het vinden van een eigen vorm en stijl.

In diezelfde periode wilde ik ook meer zicht krijgen op mijn gevoelsleven en mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik ging naar een weekend over ‘mannen en persoonlijk leiderschap’.  Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Ik leerde daar mijn licht ook te laten schijnen over mijn ínnerlijke schaduwen. Ik begon te begrijpen hoe en waar ik mezelf in de weg zat: mijn onderwaardering, mijn afkomst, het niet stil willen staan bij wat er in mijn leven pijn deed.  Ik kwam een paar keer terug en binnen een half jaar leidde ik daar zelf groepen en paste in wezen dezelfde principes toe die ik ook in mijn kunstenaarschap hanteer: werken en spelen met de gegevens die je hebt. Stilstaan. Kijken naar wat er is. Zijn met wat er is. Je laten raken en inspireren door de bewegingen van licht en donker, kleuren en vormen. Je diepste verlangen voelen. Je ‘bliss’ volgen! '  

 

 

 

1960

 

familie portret gemaakt in 1990 van een foto uit 1962

1967 De Meern

Johan van Breukelen Theater t Hoogt

1982 belichter in 't Hoogt Utrecht

Johan van Breukelen / ontwerp decor 'niks onder je bed?, welterusten!'

1986 Decor Atelier Geertestraat Utrecht  

Pater van Kilsdonk & Johan van Breukelen  Johan, Hendrik en Thijs

1992 La Strada Amsterdam expositie

(links) met Pater van kilsdonk

MODERN VADERSCHAP

1995 'modern ouderschap' 

(zelfportret)

1998  expo Utrecht 

 

2000 Ile du levant

2008 Werftheater 

Ile du levant  2010

2010 Ile du Levant 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

 

    

ingeschreven bij de kamer van koophandel Utrecht als Atelier van Breukelen onder nr. 30257710

  © 2000 - 2012 Johan van Breukelen The Netherlands