Home Customize Instructions Contact Category 5 Category 6 Category 7   Home Search Contact Us  
 


 

Johan van Breukelen 2009

 

Op deze pagina:

 

Biografie

Achtergrondverhaal

 CV

4 Actuele verhalen

 

(scrol hiervoor naar beneden)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

sinds 26 -10 -07

 

Biografie  

 

(click here for the English version)

 

Johan van Breukelen (1952), beeldend kunstenaar, vormgever, en begeleider van groepen rondom bewustzijn en persoonlijke groei.  Hij is sinds 1985 verbonden aan Stichting Mannenwerk. Ruim 25 jaar training en ervaring in het leiden van groepen rondom bewustzijn in het hier en nu, contact maken en het creatief vormgeven van je eigen leven.  

Daarnaast werkt hij sinds 1991 als trainingsacteur mee aan trainingen rondom het verwerken van traumatische ervaringen en als coach bij verschillende projecten waarbij  bedrijven, organisaties en individuen ondersteund worden bij verandering.

Hij is oorspronkelijk zijn artistieke werk begonnen als licht en decorontwerper bij verschillende theatergroepen. Sinds 1989 is hij zich serieus bezig gaan houden met 2dimensionaal werk waarin hij 'tekent met licht'. Hij maakt fotowerken en foto’s. De fotowerken zijn een combinatie van fotografie en gemengde schilder en teken technieken. De foto's zijn puur fotografie zonder (computer) manipulatie.

De foto’s en fotowerken kenmerken zich door het spel met licht, donker en spiegeling.  In zijn werk probeert hij iets van het mysterie zichtbaar te maken van mannelijke seksuele energie, kracht en kwetsbaarheid. Van Breukelen is gefascineerd  door de schaduwzijde van (homo) seksualiteit met al zijn vervormende aspecten. Hij laat tegelijkertijd ook de onschuld en de schoonheid van het verlangen zien, het zoeken naar contact en verbinding.

Het fotowerk van Van Breukelen is sinds 1991 gezichtsbepalend voor Stichting Mannenwerk, die is gericht op persoonlijke ontwikkeling en emancipatie van mannen. Daarnaast doet Johan de vormgeving van Trio Thijs. Dit is een muziek trio waarvoor hij ook teksten schrijft.  

 

 

Het fotowerk van Johan van Breukelen was eerder te zien o.a. in de Melkweg Galerie, Galerie 1718  en Galerie Faubourg in Amsterdam, Galerie Westzijde, Broers, ’t Hoogt, Brandweerkazerne, Galerie Moira in Utrecht, Galerie de Lelie, R*ART galery  in Antwerpen en  Galerie Janssen in Berlijn    

klik hier voor meer info over exposities

 

Achtergrond verhaal:

'Mijn kunstenaarschap is niet pas begonnen vanaf het moment dat ik mijn eigen werk ging publiceren, tentoonstellen en verkopen. Het was er al op vele momenten eerder in mijn leven. Ver voordat het er ‘officieel’ was. Wat mij betreft zit ‘kunstenaarschap’ voornamelijk in een manier van ‘anders’ kunnen kijken naar de dingen, en ze daardoor ‘anders’ en intenser te ervaren. En natuurlijk in wat je daar mee doet, hoe je iets van die intense ervaringen uitdrukt en vormgeeft. In een kort overzicht van mijn persoonlijke ontwikkeling wil ik een paar gegevens en momenten in mijn leven beschrijven die van invloed zijn geweest op de richting die ik gekozen heb.

Ik ben geboren in 1952 als jongste van een arbeidersgezin met acht kinderen. Een ‘nakomertje ‘ in een gezin waar alle patronen van hoe er met elkaar werd omgegaan al vast lagen. Het was een groot, heftig en chaotisch gezin in een veel te klein huis. Ik vond nauwelijks aansluiting bij het leven van mijn oudere broers en zussen. Een deel van mij hing de clown uit om aandacht te trekken. Een ander deel trok zich terug en creëerde een eigen fantasiewereld.

Als jongetje van vier zag ik vanuit mijn bedje de meest wonderlijke schaduwen en lichten over mijn slaapkamermuur voorbijtrekken. Een toverachtige wereld van licht en donker die me meevoerde, waarin ik allerlei avonturen beleefde, maar waarin ik me tegelijkertijd ook thuis en veilig voelde.  

Een buurmeisje was onderwijzeres. Zij tekende prachtige kabouters en prinsessen in de poëziealbums van mijn zussen. Ik kon maar niet begrijpen dat iemand die ik kende en die zo dichtbij ons woonde, dat zó mooi kon doen. Van haar kreeg ik op mijn vijfde verjaardag mijn eerste kleurdoos van ‘Caran D'ache.’ Ik tekende voornamelijk vormen en vlakjes die niet iets speciaals voorstelden en kleurde die in.

Begin jaren zestig kwam er een TV in huis. Er waren regelmatig Duitse shows te zien met humor, dans en zang. Ik was gefascineerd door het licht en de bewegingen van de camera’s. Ik was een jaar of negen en ik kon aan de schaduwen zien hoeveel lampen er op een artiest gericht stonden. De ‘Kessler Tweeling’ waren destijds populaire en verblindend mooie zangeressen, maar ik had voornamelijk oog voor hun zes schaduwen!

Toen ik twaalf was schreef ik op school een toneelstuk met mijzelf als ‘Zwarte Harry’ in de hoofdrol. Op het eigenhandig geschilderde affiche had ik mezelf als een gemaskerde schurk in een zwarte maillot en met een zwarte hoed afgebeeld. Vanwege ‘overweldigend succes’ mochten we het stuk in verschillende klassen spelen.

Als kind had ik vroeg begrepen dat ik ‘anders’ was.  Alle dingen die voor iedereen om me heen zo vanzelfsprekend leken waren dat niet voor mij. Ik wist zeker dat ik niet wilde trouwen, geen kinderen krijgen, niet in militaire dienst, niet twintig jaar werken bij dezelfde ‘baas’, zo wie zo niet bij een baas!  Ik had geen voorbeelden om me heen van hoe het anders kon. Op de lagere school wist ik al dat ik op jongens viel.  De enige homo in het dorp was de voorzitter van de Connie Francis Fanclub, over wie gezegd werd dat hij een ‘verwijfd type’ was. In het naburige dorp was ooit ook nog een homo geweest, maar die had zich, volgens een zus, om die reden opgehangen. Beiden nou niet bepaald een rolmodel voor mij.

Jongens uit mijn milieu gingen na de lagere school automatisch naar de lagere technische school om timmerman, automonteur, metaalbewerker of schilder te worden. Het woord ‘schilder’ klonk nog het minst hard. In mijn schilderstijd heb ik genoten van het mooi en heel maken van dingen, van de geuren en kleuren van de materialen, van het plezier om met mijn oude, gebonden, ovalen buskwast van varkenshaar de verf strak te laten lopen over de schuine kant in een raamsponning zonder dat de verf ging zakken. Waar ik minder van genoot was de mannenwereld waarbinnen het werk zich afspeelde, de dagelijkse gesprekken die niet veel verder gingen dan voetbal, auto’s, uitgaan, zuipen en lekkere wijven! Niet persé de onderwerpen waar mijn belangstelling toen naar uit ging.

Ondertussen was ik thuis op mijn kamertje altijd bezig van alles te maken: bouwsels van hout, glas en doeken. Overal lampen die ik vanuit mijn bed kon bedienen, schetsboeken vol getekende popsterren, behang naar eigen ontwerp, enzovoorts. Ook maakte in ik die tijd plakboeken die ik op een geheime plaats bewaarde, met foto’s en artikelen over ‘de vrije liefde’, hippies en vaag seksueel getinte onderwerpen die ik uit de Muziekexpres, de Panorama en andere tijdschriften knipte.

Ergens in een artikel las ik iets over een homosoos voor studentenjongeren op de zondagavond op de Keizersgracht in Amsterdam. Ik was zestien toen ik de stoute ‘punt’-schoenen aantrok en daarheen ging. Ik heb twee avonden buiten op de gracht van een afstand staan kijken voor ik naar binnen durfde. Het waren daar  ‘homo’s’ die ook nog eens ‘student’ waren, dus ver boven mijn stand. Pas bij de derde keer durfde ik naar binnen te gaan. Ik werd verwelkomd door Pater van Kilsdonk die me meteen op mijn gemak stelde en me de daarop volgende keren altijd even aansprak om te vragen hoe het met me ging.  Bij mijn derde bezoek werd ik gevraagd door een fotograaf om samen met een zwarte jongen (gekleed) te poseren in zijn studio in Amsterdam. Toen ik dit in mijn enthousiasme de volgende dag aan mijn schildercollega’s vertelde zeiden ze: ‘dat zullen dan wel homo’s wezen!’ Ik wist dat ik deze verschillende werelden nooit bij elkaar zou kunnen brengen, en dat ik daar uiteindelijk weg moest.

Ik heb een tijdje saai administratief werk gedaan op een kantoor en was voornamelijk blij dat mijn schildersoveral uitmocht. Tussen 1972 en 1976 had ik een geweldige tijd als leerling verpleger in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik voelde me thuis tussen de ‘patiënten’: iedereen was ‘anders’ en niemand was helemaal normaal.  We maakten goed gebruik van de vrijheid die we in die tijd hadden om leuke en bijzondere dingen te doen met de gehospitaliseerde patiënten. Ik herinner me een bejaarde man die al jaren lang alleen maar in een stoel voor zich uit had zitten staren. Ik heb een doos kleurpotloden voor hem gekocht en een tekenblok. Tot ieders verbazing heeft hij vervolgens twee jaar lang iedere dag huizen getekend. Op de dag dat hij stierf vonden we op zijn laatste blad een tekening van een bootje op het water.

In 1975 heb ik de man leren kennen met wie ik in 2005 ook getrouwd ben. We hebben drie kinderen waarvan we er twee samen met twee vrouwen hebben opgevoed. Van al mijn kunstwerken zijn mijn relatie en mijn vaderschap wel de meest belangrijke. Het vormgeven en steeds opnieuw creëren van beide is een altijd doorgaand proces.

Eind jaren zeventig ging ik letterlijk spelen met licht en donker en vormen bij verschillende jeugdtheatergroepen. We maakten producties die zowel in theaters als op scholen en buurthuizen werden gespeeld. Het was iedere keer een feest en een uitdaging om de meest onmogelijke en naargeestige locaties om te toveren in ‘een zwarte doos’.  Zodat het decor, de spelers en het verhaal uitgelicht konden worden en de magie van theater kon gaan werken. Kinderen waren vaak helemaal verrast over de wonderlijke werelden die binnen hun school gecreëerd werden.

Halverwege de tachtiger jaren nam ik ontslag bij het theatergezelschap waarbij ik vijf jaar lang de vaste vormgever was geweest. Ik had een geweldige baan en alle vrijheid, maar ook het idee dat er meer mogelijk was! En het verlangen groeide om iets te maken wat helemaal uit mijzelf kwam en niet alleen in opdracht van anderen. De leegte en de onzekerheid die ik had geschapen na het opgeven van mijn baan bleken een vruchtbare bodem te zijn voor het experimenteren met en het vinden van een eigen vorm en stijl.

In diezelfde periode wilde ik ook meer zicht krijgen op mijn gevoelsleven en mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik ging naar een weekend over ‘mannen en persoonlijk leiderschap’.  Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Ik leerde daar mijn licht ook te laten schijnen over mijn ínnerlijke schaduwen. Ik begon te begrijpen hoe en waar ik mezelf in de weg zat: mijn onderwaardering, mijn afkomst, het niet stil willen staan bij wat er in mijn leven pijn deed.  Ik kwam een paar keer terug en binnen een half jaar leidde ik daar zelf groepen en paste in wezen dezelfde principes toe die ik ook in mijn kunstenaarschap hanteer: werken en spelen met de gegevens die je hebt. Stilstaan. Kijken naar wat er is. Zijn met wat er is. Je laten raken en inspireren door de bewegingen van licht en donker, kleuren en vormen. Je diepste verlangen voelen. Je ‘bliss’ volgen! '  

 

 

 

Actuele verhalen 

 

Voor de site van Stichting Mannenwerk schrijft Johan regelmatig een tekst in 'de geest van het mannenwerk'

 

 

 

'ruimzicht'

 

‘We are Stardust’

Joni Mitchell

6 februari 2010

De dagen worden weer langzaam langer en lichter. Deze week voor het eerst sneeuwklokjes gezien. Op een beschutte plek in het bos groeiden ze dwars door de sneeuw heen. Wat een bemoedigende gedachte dat de cyclus van het leven gewoon door gaat. Dat we daar allemaal deel van uit maken. Deel van een groter geheel. Van het heelal.

Dit klinkt voor sommigen misschien wel te groot en te ‘verlicht’. Vaak plaatsen we een begrip als ‘verlichting’ buiten onszelf.  Dat is iets voor hele bijzondere, wijze en heldere mensen die veel gemediteerd hebben. Ik denk dat iedereen verlicht is! We zijn alleen niet altijd wakker genoeg om dat voortdurend te zien.

Deze week sprak ik met mijn 17 jarige dochter over wat nou ‘werkelijkheid’ is. Uiteindelijk brachten we de werkelijkheid terug tot dat we allemaal moleculen zijn: de mensen en de dingen. Afhankelijk van de bewegingen nemen ze hun eigen vorm aan; een stoel, een poes, een plant, een mens etc. Zij vond dat een ontmoedigende gedachte. ‘Wat stelt het dan allemaal nog voor! Wat stel ‘ik’ dan nog voor?

Ik las in een interview met een astronoom: ‘Wij zijn sterrenstof ! De atomen in ons lichaam hebben hun oorsprong in het inwendige van andere sterren. Joni Mitchell zong het in 1969 al in de song ‘Woodstock’- We are stardust, we are golden. We zijn inderdaad een met het heelal; we bestaan uit dezelfde bouwstenen!’

Tijdens de laatste workshop die ik leidde voor Stichting Mannenwerk hoorde ik mezelf een keer zeggen: ‘Ik ben voor de duvel en z’n ouwe moer niet bang!’.  Wat voor mij betekende dat ik me helemaal voor alles en iedereen kon openen, dat er alle ruimte was, zoals een sterrenhemel bij een heldere nacht.

Ik heb heel lang in mijn leven niet echt naar de sterrenhemel durven te kijken, bang om ‘mezelf’ daarin te verliezen. Het was me veel te ruim daarboven! Dat volstrekte alleen zijn in de oneindigheid. Hier beneden was het me trouwens vaak ook te benauwd, vooral in groepen! Ook hierin kon ik mezelf kwijtraken.

Halverwege die workshop realiseerde ik me dat ik ook nog in een chemokuur zit. Ik voelde wat het voor impact het op me heeft. Regelmatig urenlang aangesloten te zijn op een infuus met gif. En al maanden lang te voelen hoe de bouwstenen van mijn lichaam worden afgebroken.

Ik heb nu elf van de twaalf behandelingen achter de rug. Mensen om me heen reageren enthousiast: Nu nog maar een! Het is een prettig vooruitzicht, dat zeker. Maar eigenlijk ben ik daar niet zo mee bezig. Elke dag is er een! Elke dag moet je er weer iets van maken.

En wat kan een mens over een geestkracht beschikken! Ik heb het tijdens de vierdaagse workshop aan den lijve ervaren: met twee en twintig mannen in de leeftijd van zeven en dertig tot een en zeventig jaar. Samen achttienhonderd en zes en tachtig jaar aan wijsheid en ervaring. Het samenzijn als bron van inspiratie. De wereld in een notendop. Binnen een structuur van ruimte, liefde en aandacht. Door in die ruimte te zijn met alles wat er is voelde ik me aangesloten op het universum. Het heelal!

Uiteindelijk gaat het om de ruimte en het vermogen om werkelijk contact te maken met ‘wat er is’ en daarmee te ‘zijn’. We leven vaak in het misverstand dat het allemaal nog moet gaan gebeuren, terwijl als je goed kijkt en luistert gebeurt het waar je bij staat!

Over ‘zijn met wat er is’ bestaat vaak het misverstand dat het iets passiefs zou zijn. Alsof je je er bij neer legt zoals het is. Ik zie het ‘zijn met wat er is’ als een energieke staat van wakker en ‘in beweging zijn’, die je wat mij betreft ook ‘verlichting’ kan noemen.

De energie zit voor mij in de schijnbare tegenstelling: Het is goed zoals het is! En: Alles kan beter! Aan de ene kant is alles zoals het is, inclusief honger in Afrika, de aardbeving in Haïti, kanker en oorlogen! Aan de andere kant is er ook altijd een innerlijke drang (of noem het een universele oproep) tot verbetering en verandering.

Het is nooit alleen of het een of het ander. Door beide kanten samen te brengen maken we een nieuwe ruimte met meer vrijheid. Dit kan ons er toe aanzetten om de wereld beter te maken. In feite doen we dit al door ons hiervan bewust te worden: ‘Geen stap die je zet laat de wereld onveranderd!’.

Ik denk dat we voor een groot deel onze eigen, en onze gezamenlijke werkelijkheid creëren. En dat de waarheid in ‘ons midden’ ligt. Daar waar ons hart zit. Onze liefde.

Johan van Breukelen

Utrecht 6 februari 2010

 

 

 

 

familie portret 1962

©1990 Johan van Breukelen

 

 

‘Als je denkt dat je al verlicht bent, 

ga dan eens een weekje bij je familie logeren.’

‘Vrij naar de schrijver /spiritueel leraar Ram Dass’  

 

1 november 2009

Ik ben geboren in de jaren vijftig als jongste van een arbeidersgezin met acht kinderen. Een ‘nakomertje’ in een gezin waar alle patronen van hoe er met elkaar werd omgegaan al vast lagen. Het was een groot, heftig en chaotisch gezin in een veel te klein huis. Ik vond nauwelijks aansluiting bij het leven van mijn oudere broers en zussen. Een deel van mij hing voortdurend de clown uit om aandacht te trekken. Een ander deel trok zich terug en creëerde een eigen fantasiewereld.

Je familie, het gezin waarin je bent opgegroeid, is de eerste groep mensen waarbinnen je je gedrag ontwikkelt. Wat je als kind binnen je familie leert over de omgang met mensen, is bepalend voor de rest van je leven.

En andersom is het ook waar wat actrice Shirley MacLaine ooit eens heeft gezegd: dat al het werk wat je doet op het gebied van persoonlijke groei en bewustzijn, het lastigst toe te passen is in het contact met je eigen familie.

In onze vroege jeugd nemen we onbewust belangrijke besluiten waarop we ons verdere leven baseren. Besluiten die vaak zijn terug te voeren op vertrouwen (of gebrek daaraan) in de ander en in jezelf. Later als je groot bent spelen in allerlei groepen (school, sport, vrienden, clubs, werk, etc.), vaak dezelfde mechanismen als toen in het contact met je familie.

En elke groep waarin je verkeert kan je weer bewust maken van die mechanismen. Bij voorbeeld: je neiging om je terug te trekken, om af te wachten, of om juist op te vallen, heel erg goed je best te doen, behulpzaam te zijn, of juist strijd aan te gaan met anderen in de groep, je aan anderen te ergeren, of onverschillig te worden, enzovoorts.  Allemaal manieren om je als kind te handhaven in een groep, in je familie. En als volwassene schiet je vaak nog automatisch in het zelfde gedrag. Terwijl er in het hier en nu meestal niet echt iets aan de hand is waartegen je je zou moeten beschermen om te overleven. Als volwassene ben je veel vrijer dan je vaak denkt. Zelfs in situaties waarin je overgeleverd lijkt aan de omstandigheden.

In mijn gewone doen zit ik meestal boordevol ideeën, zie overal mogelijkheden, maak voortdurend plannen om iets nieuws te creëren. Die tomeloze energie is nu voor een half jaar aangetast omdat ik me, om de week, drie dagen lang laat aansluiten op zakken vol chemische vloeistoffen. Ik geef me over aan een intensieve chemokuur om achtergebleven kankercellen te vernietigen. Het gif komt binnen via een klein kastje, onderhuids vlakbij mijn hart, en sijpelt hier mijn aderen in. Na een zes uur durende toediening in het ziekenhuis, word ik aangesloten op een heupflesje waarmee ik gewoon naar huis kan en de dingen doen die ik gewend ben om te doen.

Ik heb maar besloten om het niet als een strijd te zien. Niet een gevecht tegen iets in mezelf. Meer als een samenwerking van mijn lichaam en mijn geest met de medicijnen. En niet onbelangrijk daarbij: hoop op een dosis geluk!

Ik heb nu een aantal kuren in mijn lijf zitten. Een goede vriend vergeleek me laatst met een wandelende fles bleekwater, die uiteindelijk zo bij de chemokar kan! (het wordt er wel schoon van, dat wel!). De feitelijke lichamelijke reacties zijn nogal wisselend;  soms voel ik me  letterlijk en figuurlijk kapot gemaakt van binnen. Dan is er vermoeidheid, misselijkheid, smaakverlies. Soms kan ik mijn ene been niet voor het andere zetten. Een aantal keren kon ik het stuur van mijn fiets niet vasthouden vanwege zenuwtintelingen in mijn handen. Een keer was ik korte tijd half blind van een koud windje op mijn ogen. Regelmatig heb ik last van krampen. Maar meestal is het redelijk goed te doen. Wat het soms zwaar maakt is het lijden dat ik vrees: mijn gedachten aan het vooruitzicht dat mijn energie met elke kuur nog meer aangetast zal worden.

Ik ben in de loop der jaren gehecht geraakt aan hard en veel werken, aan mijn tomeloze energie, aan het voortdurend iets moeten creëren. Alsof iets in mij nog steeds bezig is de chaos en de heftigheid van mijn gezin van herkomst te bezweren. Door alsmaar bezig te zijn houd ik de illusie in stand dat ik mijn leven onder controle heb. Alsof dat nog steeds nodig zou zijn! En alsof dat sowieso mogelijk zou zijn!

In deze periode van mijn leven kom ik, ook letterlijk, mijn familie weer tegen. Ze leven intens met me mee. Ondanks dat ik daar met volle teugen van geniet, brengt het me ook weer in contact met de heftige verhalen van vroeger: over verloren raken in de chaos, over niet gezien en niet gehoord worden.  Voor ik het weet ben ik weer ‘thuis’ in die kleine ruimte van toen.

Ook hier sijpelt er op een bepaalde manier ‘gif’ mee waardoor ik innerlijk soms weer ‘kleingeestig’ reageer. Ik zie bij voorbeeld in mijzelf het eigenaardige genoegen om me te willen vastbijten in gedoe rondom mijn oudste zus, waarbij we allebei ons gelijk willen halen in een bepaalde kwestie. Terwijl ik eigenlijk alleen maar stil hoef te staan bij hoe pijnlijk dat alleen gelaten gevoel voor mij als kind geweest is. Als ik dat doe verdwijnt onmiddellijk mijn boosheid en gekwetst zijn. Dat was toen. Ik voel mezelf weer mild worden en kan zien dat ook mijn oudste zuster waarschijnlijk in een zelfde soort oud verhaal gevangen zit. En ik weet maar al te goed hoe lastig het vaak is om onderscheid te maken tussen toen en nu.

Ondanks al mijn ervaring kom ik iedere keer weer de zelfde dingen in een andere vorm tegen. ‘Houdt het dan nooit op?!‘ Blijkbaar niet! Zolang we leven komen we onszelf tegen. Door zo nu en dan stil te staan en naar deze dingen te kijken, en daarbij durven te voelen wat we voelen, verdiepen we ons leven, vergroten we onze ruimte en onze vrijheid. Dat is volgens mij van levensbelang! Voor onszelf, en daarmee voor de hele mensenfamilie waar we deel van uitmaken.

Mijn belangrijkste klusje is nu: aanvaarden dat ik voorlopig nog maar de helft kan doen van wat ik gewend ben te doen. ‘s Middags ga ik vaak even op de bank liggen. Een dvdtje kijken. En meestal val ik dan in een diepe, lange slaap. Relax, nothing is under control!

Johan van Breukelen

 

 

'Alles wat zich op je weg aandient is een uitnodiging om te functioneren!'

 (vrij naar Hella Haasse)

11 augustus 2009

Deze week liep ik in de hete zon langs de vloedlijn van de Noordzee. Mijn lichaam, zichtbaar getekend door een medische ingreep, gestreeld door een lichte bries. Innerlijk dansend met de elementen, tussen vorm en ruimte.  

Ik doe een poging om onder woorden te brengen wat er met me gebeurt, wat ik meemaak; de pijn, de angst, maar ook het overstijgende, en de schoonheid van het bestaan. Net zoals ik dat heb met mijn beeldende werk, voel ik een innerlijke noodzaak om, nu met woorden, iets nieuws te creëren en dit met anderen te delen.                                                   

Eckhart Tolle schrijft in ‘Een Nieuwe Aarde’: ‘In onze hedendaagse cultuur zien niet veel mensen ziekte, ouderdom, invaliditeit, een verlies, een persoonlijke tragedie in een of andere vorm, als een mogelijkheid voor spiritueel ontwaken. Als dit soort dingen gebeuren met hen of iemand die ze kennen, denken ze dat er iets vreselijk mis is, iets wat niet zou mogen gebeuren’.

Het is een natuurlijke beweging die geldt voor alles wat leeft: Wat wordt geboren, wat groeit en bloeit, zal ook weer verwelken en sterven! Ik heb de afgelopen tijd gemerkt dat ik met deze ‘beweging’ goed kan zijn. ‘Zijn met wat er is!’ is wel een richtlijn van grote waarde in mijn leven. Maar dat hoeft nog geen passiviteit of gelatenheid in te houden. Kennelijk is het de mens ook eigen om zich soms tegen natuurlijke bewegingen te willen verzetten en daar waar mogelijk in te grijpen!

Voor het operatief verwijderen van de kwaadaardige tumor in mijn lijf liet ik me een paar weken geleden ‘opnemen’ in een ziekenhuis. Daarmee ging ik een geheel nieuw en onbekend gebied betreden. Wat gaan ze precies doen, en hoe? En belangrijker nog, hoe ga ik het zelf doen? Angst voor het onbekende, en voor het overgeleverd zijn. Maar ook een zekere opwinding en nieuwsgierigheid!

Overgave kent verschillende niveaus. Ik heb wel eens iemand horen zeggen dat overgave de meest onafhankelijke daad is die een mens kan stellen. Na een aantal voorlichtende gesprekken besloot ik me over te geven aan het vakmanschap en de instrumenten van de chirurg , de anesthesist, de verpleegkundigen. Op een ander niveau besloot ik er helemaal bij te blijven!

Tot het moment van de narcose was ik levendig en helder met de mensen om me heen. Verrassende ontmoetingen met bijzondere mannen en vrouwen die bijzonder specialistisch werk doen. De hele weg, tot op de operatietafel, beleefde ik het contact als bemoedigend, inspirerend, soms emotioneel, en gezien de omstandigheden best plezierig! Bij het inbrengen van een buisje in mijn rug vroeg de anesthesist of ik voorover wilde buigen. De mevrouw die voor me stond hield me vast bij de schouders. Ik vroeg of ik mijn hoofd op haar arm mocht leggen.  Ik voelde me een bang jongetje van zeven jaar in de armen van zijn moeder en ik liet mijn tranen stromen. Ze hield me vast en zei: ‘Het is helemaal goed jochie!’ . Terwijl we nog even moesten wachten in het voorportaal van de operatiekamer , hadden we een mooi gesprek over bezieling in het werk. Haar passie was de afgelopen vijfendertig jaar geweest om mensen er zo goed mogelijk ‘door heen te helpen’. Toen werd ik voor twee en een half uur ‘weg’ gemaakt.

Tijdens het bijkomen leek het alsof ik door engelen was gedragen en aangeraakt. Ik had een visioen waarin ik weer twintig jaar terug in de tijd was, boven op een rode berg, midden in de woestijn van Australië. Op driehonderd meter hoogte had ik daar toen een ‘piek’ ervaring: De wereld om me heen, was ook de wereld in mij! Er werd tegen me gezegd dat de operatie volgens het beste scenario was gegaan. Toen ik de deken optilde zag ik met eigen ogen dat de verminkingen waar ik zo voor had gevreesd niet hadden plaatsgevonden! Wat een zegen en liefde, al die mensen om me heen die ik had gevraagd aan me te denken. Al die kaarsjes die voor me waren opgestoken. Niet alleen maar symbolisch of bij wijze van spreken, maar als daadwerkelijke, dragende energie! Aan de andere kant van de klapdeuren stond mijn man me weer op te wachten.

Ik las pas een uitspraak van Martin Buber: ‘Het Kwade is als de mens vergeet dat hij eigenlijk een koningszoon is!’ Ik moet er aan denken vanwege dit verhaal over alle zegen en besef van liefde die mijn kanker me tot nu toe heeft opgeleverd. En natuurlijk komt het ook bij mij op: Kan dit wel? Mag dit wel? Ga ik nu ergens overheen? Moet ik deze persoonlijke dingen niet alleen in stilte beleven? Mag ik er wel openlijk over spreken? Is dat niet ‘de goden verzoeken?’ Op de workshops van het mannenwerk beginnen we vaak met de vraag: Wat is je diepste verlangen voor deze dagen? En als mannen dan woorden geven aan hun diepste verlangen, vraag ik ze wel eens om ter plekke even te onderzoeken of er van dat verlangen misschien al iets levend en vervuld aanwezig is in het hier en nu. En meestal is dat het geval. We zijn allemaal bijzondere en gezegende mensen! En vaak zijn we dat ergens onderweg vergeten.

De dagen die volgden waren vol van aandacht en medische zorg, waarbij alles erop gericht was om zo snel mogelijk weer uit bed te komen, los van alle slangetjes en afhankelijkheid.  Gebaseerd op ervaringsverhalen van familieleden was mijn verwachting geweest dat ik me na de operatie echt ziek zou gaan voelen, misselijk zou zijn en pijn zou hebben. En dat ik psychisch nog wel een terugslag van de narcose zou krijgen! Niets van dit alles: ik bleek op een bepaald moment zelfs een soort bezienswaardigheid te zijn: verpleegkundigen van andere afdelingen kwamen soms even om het hoekje kijken, naar die vreemde kale man met zoveel praatjes, die lichamelijk en geestelijk zo onaangetast leek, na zo’n zware operatie.

Ik heb ook mijn angstige momenten gehad. Tot vijf dagen na de ingreep waren er nog steeds risico’ s. De derde nacht was er alarm omdat er heftige bloedingen ontstonden. Er werd al rekening gehouden met een spoedoperatie. De nachtarts klopte me tot zes maal toe geruststellend op de schouders en wenste me ‘heel veel sterkte!’ Bij elk klopje raakte ik meer in paniek. Drie dagen daarna zat ik met een vriendin te lunchen op een terras aan de Kromme Rijn op het landgoed Rhijnauwen.

Nu ben ik alweer een tijdje in Bergen, in het huis van vrienden. In het begin voetje voor voetje in de tuin, en daarna stap voor stap verder de polder in, op weg naar herstel. Ik voel mijn energie dagelijks toenemen. Alsof ik weer aan een infuus aangesloten ben: nu druppelen er zomerse Hollandse landschappen naar binnen. Ik voel even een verlangen om ze te schilderen, maar eigenlijk hoeft het ook niet. Leunend op een hek zie ik het weelderige werk van oude meesters overgaan in het abstracte lijnenspel van Mondriaan, en ik ben er onderdeel van. Ik ervaar de essentie! Ik moet niks, ik hoef alleen maar te zijn!

De tumor, zo groot als een kleine appel, is verwijderd uit mijn lichaam. Om de achtergebleven kankercellen te bestrijden start er binnenkort een vervolgbehandeling. Daarvoor is ‘gif’ nodig. Ik kan me nu al weer zorgen maken over hoe dat zal gaan. En dat doe ik ook af en toe. Maar als ik kijk naar hoe het in het moment werkelijk is, ervaar ik vooral de volledigheid van het leven!

Alles wat zich op je levensweg aandient, is een uitnodiging om te functioneren!’ Deze uitnodiging geldt voor ieder mens. Voor mij werkt het als een herinnering om mijn geest open en levendig te houden.

11 Augustus 2009 Johan van Breukelen  

Ogen zijn blind, kijk met je hart, het belangrijkste is onzichtbaar!

 (uit: De Kleine Prins)

15 juli 2009 

Bovenstaand citaat had in de afgelopen weken een bijzondere betekenis voor mij. Ik was bezig me voor te bereiden op het leiden van een workshop voor Stichting Mannenwerk, met als thema ‘Mannen & Bezieling’, over persoonlijk leiderschap in het hier & nu. Tegelijkertijd werkte ik aan de presentatie van mijn nieuwste fotowerk, voor een komende groepsexpositie. De titel van mijn nieuwe collectie: ‘Windows'. Vensters op een wereld. Momentopnames van eeuwigheid’. Toen kreeg ik het bericht dat ik een tumor in mijn lichaam had. 

Leven met het besef van eindigheid is mij niet onbekend. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig ben ik als coach en begeleider intensief betrokken geweest bij groepen rondom hiv & aids. De groepen bestonden uit drugsverslaafden, prostituees, homo’s, hemofiliepatiënten, ouders, buddy’s, etc. In die tijd had je met de diagnose hiv /aids onherroepelijk nog maar kort te leven. Ik zag om me heen dat veel mensen in die korte tijd, met de dood voor ogen, intensiever en bewuster gingen leven. De urgentie maakte het blijkbaar mogelijk om het alledaagse gedoe te overstijgen en contact te maken met waar het echt over ging. En tegelijkertijd ontstonden er overal netwerken van concreet gemaakte liefde: van mensen die voor elkaar gingen zorgen en elkaar wilden dragen.

Het was voor mij, als ‘gezonde’ man, een eer om bij deze groepen te mogen zijn. Hier heb ik echt geleerd wat het betekent om ‘te zijn  met wat er is’ en ‘te doen wat je te doen staat’! Hier heb ik gezien en ervaren wat er voor potentie in mensen zit als het er op aankomt. Hier heb ik opnieuw besloten dat ik niet eerst de dood aangezegd hoef te krijgen om wakker te worden, om met meer bewustzijn te leven. Ik heb er zelfs mijn werk van gemaakt.

Mede door dit jarenlange werk rondom 'bewust zijn' lukt het me dagelijks steeds beter om me te herinneren aan waar het voor mij over gaat in het leven; dat ik ‘contact maak met het nu' en dat ik probeer te ‘zijn met wat er is’.  Dit is van grote waarde. Hiermee ervaar ik de diepte en de kwaliteit van mijn leven. Van hét Leven! En ik zie voortdurend mogelijkheden om het door te geven aan anderen!

Nu ik zelf te maken heb met kanker in mijn lijf komt het er dus op aan! Hoe ga ik hier mee om, hoe ga ik dit doen? Na een tweede onderzoek bleek de tumor ook nog eens agressief en kwaadaardig! Dit werd me op een vrijdag verteld en op de maandag erna zou ik i.v.m mogelijke uitzaaiingen een ‘ct- scan’ krijgen.

Mijn eerste reactie was: 'Als ik mijn creativiteit maar niet kwijt raak!' En vervolgens: 'O.k., dit is dan het einde van mijn (gezonde) leven'! Vijftig procent kans op uitzaaiingen! In dat geval bedacht ik meteen al dat ik geen eindeloze medische behandeling zou willen, en dat ik het allemaal zo kon loslaten als het nodig zou zijn. Ik heb een heerlijk leven gehad en het is goed geweest! Ik was verbaasd over hoe snel ik daar vrede mee kon hebben

De dagen hierna waren ongekend! Een kring van mensen om me heen die er voor me waren; mijn man, kinderen, vrienden, familie. Mensen die voor me wilden zorgen en me wilden dragen! Bij wie ik kon komen sterven, of herstellen! 

Ik zag mezelf door een poort gaan, naar een grotere ruimte, waar het leven nog weer intenser was. De tijd vertraagde en het contact verdiepte zich. Al het dagelijkse (en o zo menselijke!) ‘gedoe’ verdampte en deed er niet meer toe. Wat overbleef was zorgvuldige aandacht, ruimte en liefde. Een staat van zijn die ik goed ken in mijn kunstenaarschap en bij het leiden van groepen, waar ik vaak ervaar dat het ‘hier en nu’ ook de eeuwigheid is!

Deze dagen waren een ultieme oefening in ‘zijn met wat er is’. Dat betekende ook dat ik contact maakte met de pijn en het verdriet van afscheid nemen en moeten loslaten. En soms, als ik dacht aan wat er komen ging, greep het me naar de keel. Dan haalde ik me de meest vreselijke scenario’s in mijn hoofd. Als ik dan weer besefte wat er op het moment werkelijk aan de hand was, werd het gewoon weer licht en was het helemaal in orde. Vreugde en verdriet wisselden elkaar (snel) af. En zo heerlijk, ze waren er soms tegelijkertijd!

Op de dinsdag, na de derde, en veel positievere uitslag zag ik mezelf bij momenten weer langzaam terug glijden naar de ’kleinere ruimte’. Ik zag hoe aantrekkelijke het was om de kleine dagelijkse ergernissen weer aan te willen grijpen. O wonderlijke menselijke geest; vanaf het moment dat het allemaal weer wat minder urgent leek, dat ik weer mogelijkheden en extra tijd kreeg om door te leven, (en daarover zelfs een lichte teleurstelling bij mezelf opmerkte), zag ik hoe snel ik de weg terug ging naar mijn oude patronen, en hoe snel al het ‘gedoe’ er ook meteen weer was!

Toch is het ook anders. Het besef van de eindigheid is altijd nabij. Misschien heb ik nog dertig jaar te gaan, of misschien maar dertig dagen…. Ondanks alles wat ik al dacht te weten rondom ‘bewustzijn’ en ‘kwaliteit van leven’,  heb ik in deze weken toegang gekregen tot een nog onbekende en diepere laag in mezelf. Dit ervaar ik als een groot geschenk.

Wat er nu ook komen gaat, (operatie, verder onderzoek, nieuwe uitslagen, eventuele verdere behandelingen, chemo, volledig herstel, of alsnog sterven!) er is een weg voor mij te gaan waar ik nog niet eerder ben geweest. Ik realiseer me dat velen die moeten gaan en dat velen me al zijn voorgegaan. Mijn persoonlijke ‘kankerverhaal’ is in die zin niet zo uniek. Ik voel me nieuwsgierig naar wat er komen gaat en soms ben ik bang, meestal als ik teveel op de zaken vooruit loop. Waar ik nu kracht uit haal is: dat alles waar ik de afgelopen jaren mee gewerkt heb, nu voor míj werkt!

Op de workshops van het mannenwerk citeer ik vaak de theoloog Wim Overdiep als hij zegt:

Geen stap die je zet blijft zonder gevolgen. 

Elke weg wordt stap voor stap begaan. 

Geen woord dat je spreekt laat de wereld onveranderd. 

Aarzel niet om te spreken!’  

Dit citaat geeft voor mij aan dat onze individuele levens niet los van elkaar staan, en dat ook de kleinste dingen die we doen en zeggen er toe doen voor het grote geheel! Vaak kunnen we niet verder kijken dan naar wat we denken te zien, en blijven we hangen aan de vormen. Maar: ‘Ogen zijn blind. Kijk met je hart. Het belangrijkste is onzichtbaar!’     

15 Juli 2009 Johan van Breukelen

 

Wil je reageren op deze verhalen? 

(je reactie wordt niet openbaar gemaakt)

Naam    E-mail  

 

 

reageer hier

 

 

 

   

 

 

 

 

portret van mijn pas geboren dochter 1991

 

                 

Curriculum Viteae

Johan van Breukelen

geboorte datum 7 april 1952

 

 

Opleiding

1964 - 1967   LTS schilderen

1967 - 1969   MTS schilderen

1969 - 1972   MAVO (avond)

1972 - 1976   Ziekenverpleging B

1979 - 1980   NCA  theatertechniek

1985 - heden Workshops /trainingen

                    (bewustzijn & persoonlijkleiderschap)

1996 - 1998       Zakelijke training Beeldend Kunstenaars 

 

 

werkervaring

 

1967 - 1970   

Huisschilder 

Schildersbedrijf van Gulic

1970 - 1972   

Administratief medewerker verzekeringskantoor AMEV 

1972 - 1976

Ziekenverpleging psychiatrie  Psychiatrisch ziekenhuis Willem Arntz Stichting

1976 - 1977

Theatertechnicus theatergroep Dubbeldwars

1979 - 1980

Theatertechnicus theatergroep RATS

1980 - 1984

Theatervormgever (licht, geluid, decor, affiches) theatergroep RATS Theatertechniek diverse theaterprodukties in theater RASA Begeleiding en vormgeving diverse afstudeerprodukties Hogeschool voor de Kunsten

1985 - 1986

Free Lance Theatervormgeving  theatergroep TIFA & theatergroep GLURNZ

1985 - heden

Begeleider Weekend Workshops bij Stichting Mannenwerk 

1987 - 1988

Theatervormgeving Theatergroep Het Meespeeltheater

1989 - heden

Beeldend Kunstenaar / fotograaf * exposities & opdrachten  klik hier voor een overzicht van exposities

1989 - 1993

Begeleider AIDS netwerk (workshops & trainingen)

1991 - heden

Free Lance Acteur/docent  o.a. Bij het Instituut voor Psychotrauma (bij trainingen voor opvang slachtoffers van geweld)  

1995

Mede oprichter van Stichting Mannenwerk

1999 - 2005

Office- manager Stichting Mannenwerk 

2003 - heden

Leider van Supportgroepen bij Stichting Mannenwerk

2004 - 2006

Freelance trainer bij bureau Kraan & Andreae

2006 - heden

Workshop leider & individuele coaching Stichting Mannenwerk

 

 

1960

 

familie portret gemaakt in 1990 van een foto uit 1962

1967 De Meern

1982 belichter in 't Hoogt Utrecht

1986 Decor Atelier Geertestraat Utrecht  

1992 La Strada Amsterdam expositie

(links) met Pater van kilsdonk

 (rechts) met man en zoon bij de opening  

 

   

 

MODERN VADERSCHAP

1995 'modern ouderschap' 

(zelfportret)

1998  expo Utrecht 

 

2000 Ile du levant

2008 Werftheater 

    

PERS

Baarnsche Courant 24 -10- 2008

2008

 

Nederlands Dagblad

Nl 030

Noord Hollands Dagblad

Gaykrant

Gaynews

Blue magazine 63 

Deon Magazine Greece

Utrechts Nieuwsblad

Meer TV Utrecht

Stadsblad

Nieuwsblad van het Noorden

MVS TV Amsterdam

Man

Volkskrant

VPRO televisie

FOTO

Focus

Marie Claire

First

Culture & Camp

De Nieuwe Sekstant

Lambda

Soho Revue

1/10

 

ingeschreven bij de kamer van koophandel Utrecht als Atelier van Breukelen onder nr. 30257710

  © 2000 - 2010 Johan van Breukelen The Netherlands